zaterdag 30 september 2017

Hoofdstuk 25.Vacanties in het buitenland.(1978-1982)Dl.3.

                                       Bezoek aan Kanaal-eiland Sark.

Later gingen wij ook nog naar het eiland Sark,waar geen vliegtuig kan landen
en geen auto`s kunnen rijden maar alleen Paard en Wagen.Zie de foto`s.
Dat eiland is 1 brok natuur met een paar straatjes en souvenir-winkels.
We gingen met de draagvleugelboot en moesten midden op zee overrstappen
op een grote motorboot,want het haventje was te smal voor die vleugels.
Nu volgen er nog 6 foto`s die ik daar maakte bij prachtig zonnig weer.
Zo is dat natuurlijk een heerlijke dag om daar het eiland te verkennen.
Dit was echt een aparte belevenis die ik niet kan vergeten en wat ik niet had
willen missen,maar dit besef ik dan pas later. Een heel aparte ervaring.
Gelukkig was de zee toen wel rustig,anders wordt daar niet gevaren.



Hoofdstuk 25.Vacanties in het buitenland.(1978-1982)Dl.2.

                           1979. Vacantie op kanaal-eiland Jersey.

In 1979 ging ik met een reisgroep van de NCRV pe vliegtuig naar het kanaal-
eiland Jersey,dat zowel Frans als Engelstalig is,maar wel meer Engelstalig.
Wij logeerden in het Highlands-hotel in het plaatsje La Corbière aan de kust
nabij de vuurtoren en de bushalte. Die bus bracht je naar St.Helier.
Het was de hoofdstad van het eiland en daar bezocht ik in mijn uniform het
korps van het Leger des Heils voor de samenkomst op Zondag.
Ik was op 07-01-1079 al ingezegend tot Heilssoldaat,dus ik bezocht daar de
Engelstalige makkers om mijn kennis van die taal meer te leren gebruiken.
Dat werd daar uiteraard zeer gewaardeerd toen ik zei dat ik die taal beter wil
leren gebruiken en dat kon ik gelukkig in het Engels vertellen.
Vanuit het hotel ging ik ook
naar het zwembad van de
hoofdstad St.Helier.
Dat deed ik om mij daar even
fit te zwemmen.
Later hoorde ik marsmuziek
in de stad.
Dat werd gespeeld door de
Britse Marinierskapel die naar
het stadspark marcheerde.
Dat deden zij met de bekende
mars "Colonel Bogey on Parade.
Ik heb deze foto`s zelf gemaakt
toen ik daar was.
Dat vond ik een unieke gelegen-
heid,want dit kwam niet alle
dagen voor in mijn leven.
Uiteraard sprak ik daar Engels,
want ik had thuis al veel geleerd.





Ik schreef daarover al in het
hoofdstuk talenstudie.
Vanuit Jersey maakte ik met
die reisgroep een boot-
excursie naar het eiland
Guernsey,waar een grote
aardbeienkwekerij bleek te zijn.
Dat bezoek ging niet door.

Hoofdstuk 25.Vacanties in het buitenland.(1978-1982)Dl.1.

In 1978 ging ik voor het eerst een buitenlandse vacantie houden met mijn 2 jongere
broers per trein naar Oostenrijk in Salzburgerland en m.n.in het gebied Pongau.
Daar verbleven wij in hotel Post in de gemeente Schwarzach,van waaruit wij veel
wandelden,want het was daar een fantastisch mooi landelijk gebied.
Het eten in het hotel vonden wij voor-
treffelijk en heerlijk smaken. Prima.
Ook bezochten wij de stad Salzburg
waar al tribunes waren gebouwd.
Dat was bestemd voor de beroemde
Salzburger Festspiele.
Hierover vernam ik het volgende feit.
De toegangskaarten moesten 1 jaar
van tevoren worden besteld.
Hiervoor was enorm veel belangstel-
ling,waarbij ook in de open lucht werd
opgetreden.
Met mijn broers zat ik op een terras dat
Mozartplatze heette en waar te koffie in
mooie mozartbekers werd geserveerd
met flinke gebakpunten.
Dat was a.h.w.gelijk onze lunch. Ha,Ha.
Wij zagen daar ook prachtige fresco`s
en andere gevelkunst zoals deze 2.
Ik vond ze echt mooi en dat leek mij ook
wel klassieke kunst.
Hierover kan ik eerlijk zeggen dat ik
geen verstand heb van deze kunst-soorten.

Ik heb er met bewondering naar staan
kijken en kon er echt van genieten.
Veel ervan geven mij eigenlijk een stukje
rust in mijn ogen.
Ik vind het echt wel edele kunst,maar dat
is nu eenmaal mijn idee.
Daarover valt niet te twisten.
  


                                                     






donderdag 28 september 2017

Hoofdstuk 24. Mijn Geloofs-overtuiging en ervaring.

Dit is de basis van mijn leven,werk,studie en hobbies zoals ik dat zelf heb ervaren
en nog steeds,maar ook vooral bij mijn Gezondheidszorg.
Mijn Geloofs-overtuiging met vertrouwen in God,heeft mij door heel veel ellende
heen gesleept,want anders kon ik dit niet schrijven.
Vooral op medisch gebied heb ik vele malen Ziekenhuisverblijf ervaren,welk begon
in het Juliana Kinderziekenhuis te Scheveningen.
Dat was in mijn kinderjaren na mijn geboorte in 1939.
Het gevolg van Medische ervaringen dtaat beschreven in het deel:
"Mijn Zoetermeerrse jaren".

Hoofdstuk 23.Mijn boekenkeuze

Dit betreft voornamelijk hobby-boeken,maar ook boeken op Bijbelse Grondslag.
Ik ben immers Soldaat van het Leger des Heils n ga daarin graag mee.
Romans lees ik niet en heb ze ook nooit gekocht.
Vroeger in mijn Haagse jaren heb ik wel veel gelezen en was lid van de Openbare
Bibliotheek,maar nu val ik in slaap bij de eerste bladzijde.
Dat schiet dus niets op en deed dus liever wat anders,want ik kon toen nog geen
PC kunnen kopen en gebruiken.

Hoofdtuk 22.Mijn muziekkeuze.

Zelf hou ik veel van Marsmuziek,Musette-klanken,Gewijde Muziek(van het Leger des Heils).
Wat marsmuziek betreft heb ik in Den Haag wel meegemaakt dat er 3 tram-harmonieën
van het plein marcheerden naar het binnenhof.
Die muziekkorpsen waren uit Den Haag,Amsterdam en Rotterdam.
In die van Den Haag liep een halfbroer van mijn vader mee die trompet speelde.
Die korpsen gaven daar samen een feestelijk concert maar ook elk korps apart.
Ik kon daar in mijn jonge jaren echt van genieten ook omdat er een oom meespeelde.
Hij is helaas met zijn vrouw en hun eerste zoontje geëmigreerd naar Canada en vandaar
uit naar Californië en woonde in San Josè,waar nog 2 andere zoons zijn geboren.
Ik heb helaas nooit vernomen of mijn oom ook daar nog trompet speelde en of zijn zoons
het ook deden,maar wel kreeg ik bericht dat mijn oom daar is overleden.
Mogelijk is zijn vrouw ook al overleden. Daar weet ik niets meer van. Dit is even terzijde.
Enige jaren later zag ik Politie-Muziekkorpsen uit heel Nederland defileren op het
Burgemeester Monchyplein. Dat vond ik echt fascinerend. Ik had dat nog nooit gezien.
Het bleek ter gelegenheid van èèn of ander jubileum en dat was best uniek.
Die stoet werd toen geopend door de Amsterdamse Politiekapel.
Zij droegen helmen met pieken wat ik erg imponerend vond om te zien en het ontroerde
mij ook wel. Ik vond het fantastisch om te zien.
Ook van hun marsmuziek kan ik eindeloos genieten als ze met een feestmars aan
mij voorbij marcheren waarbij ik geen droge ogen hou.
Die blijde klanken doen mij altijd wel wat en geeft een bepaald triomfantelijk gevoel.
Ook bij het Leger des Heils hou ik erg veel van het Muziekkorps en de zangbrigade
zoals dat daar gebruikelijk heet. Daarvan geniet ik veel.
Ook klanken van Kerk-orgels vind ik fantastisch om te horen,zodra ik daarvoor even
rustig de tijd kan nemen  om naar die muziek te luisteren.
Ik luister graag naar muziek,maar dat hangt af van wat ik doe op dat moment en dan
hoor ik het graag op de achtergrond.
Bij mij zijn dat dan lichte musette-klanken of van het orkest Mantovani.

Hoofdstuk 21.Mijn interesse voor talenstudies.

Dat begon in 1976 met de Franse taal na de verworven basiskennis op de
Waalse school,waar die taal al werd onderwezen.Het Waals is Belgisch.
Dit wordt gesproken in de Belgische provincie Wallonië zoals ik dat leerde.
Het Frans in  Wallonië zal naar mijn vermoeden wel anders klinken dan in
Frankrijk zelf. Er zal best verschil in zitten. Ik hou er wel rekening mee.
Voor zover het mij mag lukken,ga ik graag opnieuw mijn talenkennis weer
opnieuw proberen op te frissen en uit te breiden voor goede contacten.
De Franse taal is b.v.heel handig bij Genealogisch onderzoek op de Archief-
sites met bijbehorende correspondendentie over wat mogelijk is.
Ik wil dit ook doen met de talen Engels en Duits,waarvan ik de basis vond in
de schriftelijke MAVO-cursus bij de Koninklijke PBNA de Arnhem.
Zo heette dat in mijn jongere jaren.
Het Engels gebruik ik voor contacten met oud-werkgevers van mijn vrouw,
maar ook met de zoon en 2 dochters van mijn vrouw op Singapore.
Deze zoon en 2 dochters zijn uit haar eerste huwelijk en hebben recht op het
contact met hun moeder,wat alleen in heet Engels kan,dus ik wil dit leren.
Uiteraard gaat dit langer duren dan gewenst op mijn leeftijd van 78 jaar in
november 2017,maar niets doen is ook niet slim,dus begin bij het begin.
Dat geldt ook voor de Duitse taal,waarvan ik eveneens de basiskennis heb
op MAVO-d niveau en dat eerst weer kan opfrissen na wat nader onderzoek.
Voor het verstaan in die talen zou ik bijna een gehoor-probleem hebben,maar
nu ik beschik over nieuwe gehoor-apparatuur kan ik wel wat proberen.
Bij mijn gehoor-apparaten heb ik immers ook een streamer voor het beter
verstaan bij radio/tv,rand-apparatuur en ringleiding. Hiertoe is wel Info nodig.
Uiteraard gaat dit niet zonder afspraken en overleg vooraf.
Hierbij dien ik wel rekening te houden met de uitslagen van medisch onderzoek
i.v.m. Longfunctie en COPD maar ook eventueel op diabetes.
De huisarts vind dit nodig i.v.m. het ouder worden.
Mijn vrouw heeft al een medicijn gekregen tegen diabetes en hoge bloeddruk.
Voor haar is dit al wel het begin voordat zij op nieuwjaarsdag 75 jaar wordt.
Het is goed dat de huisarts ons in de gaten houdt,want als ik een lastige
longfunctie heb met COPD,kan ik er beter geen diabetes bij krijgen.
Dit lijkt mij geen beste combinatie,dus het is prima dat de huisarts ons in de
gaten houdt met gerichte afspraken. Daarom maak ik nog geen taal-afspraken.
Ik weet n.l.nog niet wat het onderzoek uitwijst,dus taallessen zal ik uitstellen.
Zodra ik meer weet kom ik er wel op terug om te zien welke opties er zijn.

Hoofdstuk 20.Vacanties in mijn jeugdjaren.

In mijn jeugdjaren ging ik wel met mijn ouders naar een vakantiekamp van de
Ned.Herv.kerk in de Veluwestreek.(Gelderland)
Wij deden dat op advies van de wijk-predikant in Den Haag en dat  bleek wel
voor mijn ouders betaalbaar te zijn in de jaren voordat ik het werk-advies kreeg.
Over dat werk-advies van de predikant schreef ik in het hoofdstuk met de titel:
"Van het kastje naar de muur en terug".
Dat vakantiekamp werd alleen in Nederland georganiseerd.
Wij gingen toen naar Lunteren,Putten en Harskamp,zoals men dat in die jaren
kon regelen,totdat de predikant werd beroepen naar een andere wijk.
Tot die tijd konden wij redelijk betaalbaar op vakantie in eigen land en ik kijk er
met plezier op terug,want die wijkpredikant was een fijne initiatiefnemer.
Ik weet niet of deze predikant nog leeft,maar wel dat hij  met Emeritaat is.
Later tijdens mijn werkjaren kon ik van mijn vakantie-geld voor het eerst naar
het buitenland en dat bleef in Europa.

Hoofdstuk 19.Inspiratie voor de bewegingssport.Dl.2.

De oorzaak ligt in mijn niet-werkende schildklier. 
Daarmee werd ik geboren in 1939.
Het werd mij pas verteld in 1983 door de Internist in het Westeinde Ziekenhuis.
Daartoe kreeg ik wel medicijnen,maar dat waren andere dan in het Juliana Kinder-
ziekenhuis en dat zorgde toen voor minder medische problemen.
Dit kon niet verhinderen dat ik trager reageerde dan gewenst zoals ik heb ervaren
tijdens mijn opleiding voor kleermaker,hetgeen dus mislukte door mijn trage tempo.
Ik beschreef dit al in het hoofdstuk over mijn opleiding en mislukking voor werk in
de kleding-branche,waarmee ik niet blij was.
Ook in de Sociale Werkplaatsen kon ik door mijn te trage werktempo onmogelijk de
gewenste hoeveelheid productie leveren ondanks mijn goede wil.
Mislukkingen in de kleermakerij en de werkplaatsen,waren 2 flinke dreunen
voor mijn hoofd,wwaarbij ik zag dat anderen wel het gewenste tempo konden tonen.
Door een werkmeester werd ik gewezen op de hogere productie door mijn collega`s,
waarop ik vroeg of hij misschien dacht dat ik voor de lol in de werkplaats kwam.
Het sneed mij door mijn ziel,dat ik niet het gewenste tempo kon maken,maar daar
te gaan staan janken van verdriet zou mij geen steek verder helpen.
Ik heb wel geprobeerd om meer te produceren,maar dat leverde mij alleen bevende

handen op waardoor ik niet meer normaal een kopje koffie of thee kon vasthouden.
Dat kon niet meer zonder te morsen,dus ik stopte de hogere productie,wat uiteraard
gelijk opviel bij de werkmeester die mij vroeg waarom. Ik vertelde mijn ervaring.
Hierbij merkte ik op dat de werkleiding geen interesse heeft voor de gevolgen die ik

als patiënt ervaar na hogere productie. De werkmeester gaf dat wel door.
Die werkmeester kwam er niet meer op terug maar droop af na mijn vraag.

Ik wist toen nog niet dat mijn schildklier nooit heeft gewerkt sinds mijn geboorte.
Dat werd mij pas in 1983 verteld,want toen pas kwam de medische wetenschap 

er achter dat ik ben geboren met een niet-werkende schildklier. 
Dat is dan de 3e dreun die ik kreeg te verwerken waarmee ik nog steeds bezig ben.

Pas bij het Centraal Bureau voor Genealogie kon ik eindelijk in mijn eigen tempo
werken,want dat had geen haast omdat het heel secuur gedaan moest worden.
Dit werk bleek voor mij beter geschikt te zijn en de conservator was er heel blij mee
dat ik zelfstandig en heel nauwkeurig kon werken,waarbij ik ook fouten ontdekte.
Die fouten maakte ik wel bekend en corrigeerde het ook in overleg met de chef.
Zo was dat ook heel fijn werken,want er werd niet gejaagd omdat het niet kon met

heel secuur werk. Ik ben dus niet geschikt voor massa-productie door mijn afwijking.
Voor bewegingssport is dat geen probleem,want dat kan ook alleen en uitsluitend
in mijn eigen tempo voor wat conditie-training bij het ouder worden.
Ik heb tijdens mijn geboorte niet gevraagd om deze afwijking die later ook nog een

Hart-infarct veroorzaakte met 10 jaar later de COPD-ontdekking.
Dit werd ontdekt voordat ik een Hart-operatie kreeg met 4 by-passes.
Ook bleek ik een wankel evenwicht te hebben. Ik sport dus op een 3-wielige fiets.
Dat zit dus ook tussen mijn oren evenals mijn verlies aan gehoor-vermogen.
Vandaar dat ik ook gehoor-apparaten draag met afstand-bediening voor radio/tv,pc

en ringleiding om alles zoveel mogelijk goed en beter te kunnen spraak-verstaan.
Op die 3-wielige fiets kom ik terug in een apart hoofdstuk.

woensdag 27 september 2017

Hoofdstuk 18.Inspiratie voor bewegingssport.Dl.1.

Medailles voor wandelen,zwemmen en Fietsen.

Van links naar rechts ziet u de wandelmedaille voor 25 km in 1975,
de zwemmedaille voor de zwemvierdaagse met 4x 500 mtr.in 1980,
  de zwemmedaille voor de zwemvierdaagse met 4x 500 mtr.in 1981   

en de fietsmedaille voor de fietsvierdaagse met 4x 80 km in   1992


De wandelroute werd in 1975 uitgezet door de Haagse Politie onder
het motto "op goede voet met de Haagse Politie".
Dat heb ik heel sterk ervaren na die 25 km.want mijn voeten waren
heel sterk vermoeid maar behaalde wel die medaille als prestatie.


In die jaren kreeg ik het verlangen om aan sport te doen voor de nodige
beweging om niet te verstijven wat bij mij heel makkelijk kan gebeuren.




  


                                                                                                              


                                      
    

Hoofdstuk 17.Basis van mijn Christelijk Geloofsleven. (Voordat ik Heilssoldaat werd door eigen keuze)

Toen ik als baby werd gedoopt in de Regentessekerk aan het Regentesseplein in
1939/1940 waren de zusters en zwagers van oma met oma zelf getuige van.
Voor zover ik het heb begrepen waren de meeste familie-leden in het Christelijk
Geloof wel opgevoed en gingen op Zondagen ook trouw naar de kerk.
Mijn jongere broer Wim werd gedoopt in de Julianakerk aan de Kempstraat.
Mijn jongste broer Fred werd gedoopt in de Nieuwe Kerk aan het Spui.
Deze kerkgebouwen behoorden alle 3 tot de Ned.Herv. kerk zoals dat toen heette.
Het was de Geloofswens van mijn ouders en grootouders,hetgeen nu nog in mij
door blijft werken,wat al bekend werd en voorspeld door oma en opa.
De zusters van oma leerde ik kennen als tante Jaantje en tante Katrien.
Tante Katrien was gehuwd met Oom Arie de Bruijn.
Tante Jaantje was gehuwd met Oom Jan Voorberg en zij woonden in Honselersdijk.
In die tijd vertelde ik mijn ouders dat ik Belijdenis van mijn Geloof wou doen.
Zij waren blij en ontroert omdat het mijn eigen wens was.
Ook de predikant was daar erg blij mee,want ook hij begreep dat eigen vrije wil beter
werkt dan dwang. Dwang werkt eerder averechts.Mijn broer Wim deed ook Belijdenis.
Vervolgens werden wij lid van het zangkoor waarover ik reeds schreef bij de foto van
het Miltair Hospitaal en er vaak zongen voor de zieke militairen.
Toen ik met mijn broer Wim onze Belijdenis van Geloof deden in de Ned.Herv.kerk,
kwamen oom Jan en tante Jaantje uit Honselersdijk naar Den Haag.
Zij wilden dat graag meemaken,want oom Jan was zelf ouderling in Honselersdijk.
Hij wou het graag meemaken van zijn achterneven.
Hij en zijn vrouw waren immers de oom en tante van onze moeder.
Er was toen een hechte en gezellige familieband.
Deze ervaring zal mij mijn hele leven bijblijven met diepe dankbaarheid.
Oom Jan was schoenhersteller van beroep en er tussendoor bezorgde hij ook overal
de post. Hij herstelde ook de schoenen van mijn ouders.
Daartoe kwam hij gerust vanuit Honselersdijk naar de Muzenstraat in Den Haag.
Blijkbaar vond hij die afstand geen enkel bezwaar in de jaren 1900.
Ik heb nooit geprobeerd om die afstand te lopen,ook al zou ik de weg weten. (grapje)
Ook al leven deze mensen niet meer,toch kan ik hen onmogelijk vergeten.
Dit was puur familieliefde,welke mijn ouders ook hebben ervaren.
Zij zijn mij voor gegaan in het Christelijk Geloof door hun familieliefde.
Er was dus geen dwang en zij lieten het gewoon vrij,wat bij mij de basis vormde om
het Christelijk Geloof te behouden en later zelfs werd versterkt.
Die Geloofs-versterking kwam tot stand bij het Leger des Heils waarover ik al eerder
schreef en er nu nog steeds de Geestelijke Kracht van ervaar.
In een apart en specifiek onderwerp op deze blog zal ik dit nader toelichten.
Later verneem ik dan wel wie het ermee eens is en eventueel ongeveer hetzelfde
heeft ervaren,wat ook nu nog gebeurt en steeds terugkomt met Inspiratie.



 

Hoofdstuk 16.Genealogie Doove en Jillissen.Dl.5.

Ik heb ook Westlandse voorouders.
U ziet dat deze stamboom niet helemaal is ingevuld.
Dat komt later nog wel.
Deze oma is de moeder van mijn moeder. 
Haar familienaam was van Onselen. 
 Oma was gehuwd met mijn opa Antonius Jillissen.   
Oma was geboren in Monster.
De stamboom van Onselen begint hier in 1749. 
Verder kon ik er niet mee doorgaan
Hun 3 zonen en 3 dochters zijn ook reeds overleden,
evenals hun echtgenoten.
Ik leerde ook 2 zusters van oma kennen evenals hun

echtgenoten die allen in het Westland werden geboren.
Zij bleven er hun hele leven ook wonen.

dinsdag 26 september 2017

Hoofdstuk 15.Genealogie Doove en Jillissen.Dl.4.

Bij onderzoek ontdekte ik dat mijn
familienaam Doove in Frankrijk.
Dat bleek in de buurt van het
Nauw van Calais te zijn.
Mijn andere opa heeft die familie-
naam Jillissen en dat is Haags.
Zo ontdekte ik dat.
Wellicht is de vader van Aldegonde  
Doove wel mijn voorvader
Dat vraagt onderzoek in de Franse
taal die ik niet kon bijhouden.
Op de 2 afbeeldingen staan familie-
namen Doove en Jillissen.
Zij zijn in Frankrijk geboren.
Zou er een afstammingslijn liggen 
tussen Lastaye en Den Haag?         
Ik denk aan Frankrijk-Nederland
in de tijd van Napoleon.
De communicatie was Frans-talig.
Ik vond nog geen afstamming
naar Nederland.
Dat kon ik niet onderzoeken.
Helaas beheers ik te weinig
Franse taal-kennis.
Ik zie ik nog geen kans tot
onderzoek voor Genealogie.
Dat is bedoeld in Frankrijk
naar Nederland.
Heel misschien lukt dat later
nog wel.







Deze afbeeldingen geven u alvast
een impressie van wat ik zelf vond.
Later komt er wel meer bij.
Die familienaam Klein-Jillissen komt
in Frankrijk dus al voor in 1783.
Hij is daar geboren,waardoor die
naam Klein al 233 jaar bestaat.
Daartoe zal ik wellicht hulp kunnen
krijgen van een ervaren genealoog.
Hierdoor is de naam Jillissen van
zijn moeder Eve Jillissen nog ouder.
Dat wil ik graag onderzoeken zodra
ik in de gelegenheid ben..
Dat komt nog wel.
Het is nu de vraag:  
Hoe heette de vader van Eve 
Jillissen?
Dat hoop ik later te kunnen ontdekken,
want dat is best interessant
voor de familie Jillissen in Den Haag
van mijn opa Antoon Jillissen
en mijn moeder met die familienaam.     





















Hiernaast kunt u dat zien en dan blijkt dat Doove,Aldegonde in 1693 werd geboren.
Haar leeftijd van 19 jr.trok ik af van haar huwelijksjaar.
Helaas kon ik geen ouders of broers en zusters vinden.
Helaas is mijn kennis der Franse taal te gering om daarin mijn vragen te kunnen stellen.
Het gaat jaren duren voordat ik die taalkennis kan op-frissen.
Ik kom hierop terug in een ander hoofdstuk met aanvullende feiten.
Ik vernam van iemand dat in Frankrijk ook de familienaam Jillissen werd ontdekt.
Daarvan zoek ik de lijn naar Moeders familie.
Het document staat op de volgende pagina voor nader onderzoek.
Dan weet ik later of het allemaal klopt en er echt een lijn loopt naar mijn opa Jillissen.

Hoofdstuk 14.Genealogie Doove en Jillissen.Dl.3.

Dit is een Haagse familie.
Dit is uit het Westland

























Hoofdstuk 13.Genealogie Doove en Jillissen.Dl.2.



Hoofdstuk 12.Genealogie Doove en Jillissen.Dl.1.

In die jaren kreeg ik van mijn neef van moederskant het gratis programma Aldfaer
waarmee ik zelf de familie-stambomen kon opstellen.
Daartoe kon ik de verzamelde gegevens iinvoeren,waarna ik middels de juiste knop
de stamboom kon maken van de families Doove en Jillissen.
Op de volgende pagina kunt u de beide stambomen zien voor een eerste indruk van
de beginfase,want er volgen meer verschillende afbeeldingen.
Dat hangt af van wat ik kan vinden op dit gebied uit mijn eigen collectie.
Zelf ervaar ik dit als een rijke ervaring om dit zo zelf samen te stellen.
Ik ben 1 van de duizenden hobbyisten op dit gebied en het verveelt niet,maar er zijn
ook andere activiteiten die mijn aandacht vragen.
Daarom zijn er vele perioden dat ik niets kan doen met de Genealogie.
Wat ik met de Genealogie kon bereiken kunt u hieronder zien.
Misschien geeft dit alvast een aardige indruk,ook al is dit maar een begin.
Voorouderwaaier A.W.Doove

Hoofdstuk 11. 02-06-1999 werk-einde door Hart-Infarct

Het gebeurde onderweg naar mijn werk in Den Haag,waar ik dus niet aankwam,
maar wel belandde ik in het ziekenhuis te Zoetermeer.
De cardioloog zei mij,dat ik een flinke Hart-infarct had opgelopen.

Dat was gelijk het einde van mijn werkjaren.
Aangezien ik al was geboren met een niet-werkende schildklier,is het krijgen van

een Hart-Infarct gelijk al slopend voor mijn conditie.
Ik kon niet meer reizen tussen Zoetermeer(waar ik woonde)en Den Haag.
Dat had ik niet meer kunnen realiseren,want het zou dodelijk kunnen zijn.

Ik was toen al weg bij het CBG en kreeg werk op de Zichtenburglaan.
Op die Zichtenburglaan had ik maar net 3 dagen  gewerkt op een administratieve
afdeling met checken van olie-bonnen.
Die waren van de Shell en andere olie-maatschappijen,maar dat was voor mij dus
van korte duur na 3 dagen. Daar was niets aan te doen.
Voor mij werd dit gelijk vervroegd pensioen vanaf 61 jaar.
Ik kon mij toen meer gaan wijden aan mijn hobby Genealogie wat ik op de PC kan
uitvoeren ook via het Internet.

Hoofdstuk 10.Werk op de Fruitweg op de afdeling Micro-verfilming.

Daar leerde ik werken met de micro-camera,wat mij op het idee bracht om terug te
gaan naar het CBG die ook dit soort camera`s gebruikt.
Ik had dit beter al dienen aan te vragen op dat bureau,want het zou volgens zeggen
van anderen wel een beter maandloon opleveren.
Ik was er echter niet zeker van goede samenwerking met die chef van de betreffende
afdeling,want hij had wellicht liever jonger personeel.
Dat was destijds wel mijn vermoeden,want ik zou er niet lang blijven door mijn leeftijd
en geen kans krijgen om dat 25 jaar vol te houden.
Ik vond die Micro-verfilming best prettig en interessant werk,want dat vroeg beslist
alle oplettendheid om fouten te voorkomen.
Omdat de vereiste werk-snelheid door mijn aangeboren schildklier-afwijking niet is te
realiseren,zou ik wellicht eerder een Hart-infarct krijgen.
Dat zou dan gebeuren tijdens een eventuele proef-periode en ik twijfel er aan of de
chef bij het CBG mij in mijn eigen tempo had laten werken.
Hij wist wellicht dat ik nooit de vereiste productie zou kunnen realiseren.
Achter elkaar geconcentreerd doorwerken zou immers toch niet helpen om de vereiste
productie te kunnen leveren.
Daarom is het beter dat ik niet bij het CBG het Microfilmwerk deed.
Bij het CBG heb ik ook wel directeuren zien gaan en komen,vanwege hun pensioen of
interesse voor ander werk.
Dat geldt ook voor de conservators ,waarvan er 1 is gehuwd met een Roemeense
prinses,welke hij rondleidde door het bureau.
Zo begreep de prinses waar haar man werkt en wat hij daar doet.
Ik heb er vanaf 1975 ook nog meegemaakt dat er een Freule bezig was met onderzoek
wat ook haar werk was.
De directie-leden werden benoemd door voorzitter Jhr.van Valkenburg die zelf een
genealogisch boekwerk schreef. Hij is overleden.
Voor zover ik mij kan herinneren kreeg dit boek de latijnse titel: "Liber Amoricum" en dat
was wetenschappelijk van aard.
Zoiets zal mij nooit meer lukken,dus ik hou het gewoon op mijn eigen persoonlijke
ervaringen waarmee ik best tevreden kan zijn.
Behalve deze mensen van Adel had ik op de vakschool voor kleermakers kennis gemaakt
met een Jhr. met wie ik goede vrienden werd.
Helaas raakte ik hem toch weer kwijt door diverse omstandigheden en dat vind ik best wel
jammer en ik weet niet of hij nog leeft.
Als hij nog leeft zal hij wellicht al lang met pensioen zijn zoals ik inschat.
Het was goed om hem te leren kennen en over onze interesses te praten.
Vanwege zijn privacy zal ik zijn naam en die van zijn vrouw niet noemen.
Ik respecteer hun privacy zoals dat bij goede vriendschap past.
Mensen van Adel leren kennen heb ik als bijzonder ervaren en uniek.
Wellicht zal het mij wel meer gebeuren,maar dat merk ik dan vanzelf wel.
Het is in elk geval wel een prima ervaring geweest tijdens mijn jeugdjaren en daarna,
want zo heb ik weer wat bij-geleerd van deze mensen.

Hoofdstuk 9. Vervolg van werk bij het CBG.Dl.5.

De jaren bij het Centraal Bureau voor Genealogie beschouw ik als TOP-tijd qua 
werk-opties en dat had mijn diepste interesse.
Ik werkte daar van 18-08-1975 tot en met 31-03-1995,waarbij ik in 1984 wel iets 
beleefde wat ik voor mijzelf als unicum heb ervaren.
Dit betrof de aanwezigheid van Mr.T.Schelhaas bij de huwelijks-inzegening van
Anna met mij en hij was toen de directeur van het CBG.
Hij kwam met een deputatie medewerkers die niet hoefde te komen,maar zij hadden
interesse voor die inzegening bij het Leger des Heils.
Deze huwelijks-inzegening was uiteraard pure Genealogie om mee te maken,want 
dat gebeurde toen niet dagelijks.
Ik was echter een gedetacheerd medewerker vanuit de Sociale Werkvoorziening,
dus in feite hadden zij er geen boodschap aan.
Toch kwamen zij als blijk van medeleven t.o.v.een gedetacheerd medewerrker en 
nog steeds ben ik hiervan onder de indruk.
Ik ben deze mensen nog steeds erkentelijk voor hun bezoek aan onze huwelijks-
inzegening bij het Leger des Heils in Den Haag.
Van de Sociale Werkvoorziening zag ik alleen de oud personeels-functionaris
Dhr.Y.Schnaar met zijn vrouw.

Zijn collega die er eigenlijk ook behoorde te zijn schitterde door afwezigheid,maar
hij kende mij te kort. Voor hem was het dus zinloos en kon maar beter wegblijven.
Uiteindelijk was het toch Dhr.Y.Schnaar die mij hielp aan het werk bij het CBG.
Toen in 1984 onze dochter werd geboren stuurde hij en zijn vrouw een attentie per
post,wat ik met Anna sterk waardeerde.
Omdat mijn maandloon niet zou stijgen bij het CBG,maar de verplichte kosten wel,
kon ik niet bij dat bureau blijven werken.
Ik hield er echter wel de hobby Genealogie aan over wat te zien is aan het onderwerp
"Genealogie Doove en Jillissen".
Dat sluit aan op de Micro-verfilming wat het CBG gebruikt en later ontdekte ik dit ook 
op de Fruitweg toen ik daar kon werken.
Bij het CBG werd mij nooit gevraagd of ik daar ook wilde werken met Micro-verfilming
en ik weet nog geen reden daartoe.
Ik had het daar best willen proberen,want het zag er best interessant uit om dat te doen,
maar het werd mij dus niet gevraagd.

 

maandag 25 september 2017

Hoofdstuk 9. Vervolg van werk bij het CBG.Dl.4.

Het is ook zinloos,want om medische redenen kan ik geen archief meer bezoeken,
dus mij Paleografische kennis raak ik kwijt.
Het kwam door diverse omstandigheden,waaronder diverse activiteiten die toen
voorrang hadden.
Aan de cursussen Genealogie waren geen diploma`s en examens verbonden
evenals geen Oorkondes.
Deze cursussen georganiseerd door het Centraal Bureau voor Genealogie i.s.m.
de gemeente en het Rijks-Archief.
Paleografie werd echter georganiseerd door het Rijks-Archief i.s.m.de Historische
Vereniging "Die Haghe".
Deze vereniging reikte de Oorkonde uit als de hele cursus was gevolgd.
Dan zeg ik:Hoe moeilijker,hoe leuker. Dat is zinvoller.
Bij de Genealogie en Paleografie is het eigenlijk een "pracht-sport" om zo diep
mogelijk te "spitten" in de familie-historie.
Zelf kwam ik tot 1699 van mijn vaders voorouders die in Frankrijk zijn geboren.
Andere genealogen kwamen zelfs tot in 1200 terecht,hetgeen wel enorm veel
historische kennis vereist.
Het is hierbij juist de "sport" om zo diep mogelijk te kunnen graven in archieven
naar het meest verre verleden.
Dit eist wel oneindig veel geduld en de diepste interesse van de onderzoeker,
ook al treft deze bepaalde onwenselijke berichten.
Deze berichten gaan dan over gevonden familie in de historie.
Persoonlijk ga ik dan relativeren in de zin van: door welke omstandigheden 
kwam het gevonden familie-lid destijds tot wandaad? 
Daarmee hoeft men die wandaad nog niet goed te keuren,maar het maakt de
daad wel begrijpbaar.
Achter een daad schuilt meestal wel een ooorzaak,waartoe iemand tot die
daad overging.
Het heeft geen zin om je als onderzoeker te distanciëren van een voorouder
met slechte daden,want biologisch stam je er vanaf.
De onderzoeker kan hooguit verklaren het niet eens te zijn met een dergelijke
voorouder, wat ik ook doe in het geval van mijn opa Doove.
Wat hij deed in het verleden keur ik beslist af,want ik ben het er niet mee eens,
dus ik volg beslist niet zijn slechte daden.
Ik deed en doe juist het tegenovergestelde,wat ik beschreef in mijn eerdere
boek over de ervaringen van mijn vrouw en mijzelf.
Ik gaf dit boek de titel: "Levenservaringen van Anna en Anton Doove".
De inhoud hiervan staat nu wat bewerkt met aanvulling van mijn geplande
boek met de titel: "Haagse periode 1939-1983" op deze blog.
Beide boeken sluiten op elkaar aan. 

Hoofdstuk 9. Vervolg van werk bij het CBG.Dl.3.

Dat was voor onderzoekers uit heel Nederland makkelijker te bereiken.
Zij konden gelijk naar het Algemeen Rijks Archief,waarin het CBG ook zetelt.
Dit Archief is van Zuid-Holland,waar men aansluitend onderzoek kan verrichten.
Er kwamen ook meer diensten bij.
Het betreft dan het Iconografisch Bureau,waarvan ik begreep dat deze een
collectie Familie-portretten heeft zoals schilderijen,foto`s,enz.
Ook het Centraal Register van Familie-archieven is er gevestigd.
Met het materiaal kan de onderzoeker zijn of haar stamboom meer completer
maken,voor zover dat mogelijk is.
Hierdoor kreeg ik zelf ook de smaak van het onderzoek te pakken voor Familie-
onderzoek (Genealogie) als hobby.
Van tijd tot tijd ben ik wel steeds bezig met die hobby en heb er ook 2 cursussen
Genealogie voor gevolgd met Archief-onderzoek.
Ik volgde ook een cursus Paleografie voor het leren lezen van de oude hand-
schriften in 3 verschillende moeilijkheidsgraden.
Daarvan behaalde ik de 1e Oorkonde als basiskennis dat handig is.
Helaas lukte het mij niet door ommstandigheden om het verder te volgen t.b.v.
mijn genealogisch onderzoek in de archieven.
Die bevatten veel ouude handschriften uit het verleden met oud-duits Gotisch
schrift wat er sierlijk uitziet maar moeilijk om te lezen.
Dat is lastig bij onderzoek in de duitse taal wat ik noem,maar dat geldt ook voor
de andere talen,dat dan echt moeilijk leesbaar is.
Het iis een grote kunst om alle 3 de oorkondes te kunnen behalen,maar daarna
is het een kwestie van bijhouden wat je leerde.
Niet bijhouden is verlies van kennis en dus heel erg onhandig.
Dit schrijf ik uit eigen ervaring met alleen mijn 1e oorkonde en ik zie geen kans
meer om die 1e verworven kennis "op te frissen".



Hoofdstuk 9. Vervolg van werk bij het CBG.Dl.2.

Dit was dus zeer afwisselend werk,waardoor de dag opschoot.
Later hielp ik ook op de afdeling Familie-Advertenties,Fair-Parts,Bidprentjes en
Familie-Wapens. ( Heraldiek)
De collectie Fair-Parts bestond uit Geboortekaartjes,Verloving en Huwelijks-
aankondigingen,Huwelijks en Werk-jubilea en Rouwkaarten.
Met dit werk verhuisde ik mee naar het nieuwe pand naast het Centraal Station
in Den Haag.
Hier plaatste ik de persoonskaarten Alphabetisch/Lexicografisch  

Hoofdstuk 9. Vervolg van werk bij het CBG.Dl.1.

Dat leren deed ik in de avond-uren middels schriftelijk onderwijs in afwisseling met
een avondschool en huiswerk thuis.
Overdag was ik gewoon op mijn werk en in de avonden alsmede de weekends zat
ik de lessen van de cersussen te volgen.
Zo had ik veel afwisseling waardoor de tijd snel voorbij ging.
Opzoeken van persoonskaarten. Dat was nog op de Nassaulaan.

                                                                  

                                                                                                             
                                                                                                             
 



Hoofdstuk 8. Vervolg van mijn privè-educatie.

Vervolgens begon ik met de schriftelijke cursus MAVO van PBNA,welke in toen in
deel-certificaten kon behalen op het D-niveau.
Zo behaalde ik het officiële Staats-dipploma MAVO-D.
Mijn 6 vakken waren: Ned.Tl.,Engels,Duits,Geschiedenis,Aardrijkskunde en Handels-
kennis,waarvan ik de 1e 3 vakken in 1x behaalde.
De andere 3 deed ik 1 voor 1,wat voor mij toen de beste optie was.
Ik was blij en verwonderd dat ik slaagde voor 3 certificaten tegelijk,want ik verwachtte
er hooguit 2 en dat scheelde mij weer extra studietijd.
In 1986 ontving ik het Staats-diploma MAVO-D,wat ik hier toon.
Klikken op deze onderstaande afbeelding maakt het beter leesbaar,na mijn test.


zondag 24 september 2017

Hoofdstuk 7. In contact met het Leger des Heils.

Op 07-01-1979 liet ik mij inzegenen tot soldaat van het Leger des Heils.
Dat gebeurde in korps Den Haag Congreszaal aan de Prinsegracht.
Ik wilde dit uit eigen overtuiging op basis van mijn Christelijk geloof,waarin ik ook
werd groot gebracht door mijn ouders en grootouders.
Ik kwam er zelf toe door het lezen van het boek "Leger zonder Vijand".
Daarin las ik de geschiedenis van hoe dat Leger des Heils is ontstaan.
Het gebeurde in Engeland door de stichter Willam Booth,wiens inzicht ik nog steeds
diep respecteer en ik ben het helemaal met hem eens.
Nadat ik het boek had gelezen ging ik naar het korps congreszaal,dat destijds nog
aan de Prinsegracht was gevestigd en dat kende ik al.
Vele malen zag en  hoorde ik ze spelen en zingen op straat waarvan ik echt genoot,
dus ik sloot mij heel graag aan bij dat korps.
Ik nam ook deel aan hun andere activiteiten,wat mij heel erg boeide en het versterkte
mijn Christelijk geloof,zodat het mij inspiratie gaf.
Eèn van die activiteiten was verspreiding van het blad "De Strijdkreet",waaraan ik
ook deelnam en sprak daarbij ook mijn Persooonlijke Geloofs-overtuiging uit.
Daardoor kon ik veel beter diverse cursussen volgen en slagen voor de bijbehorende
diploma`s,welke ik zal tonen als bewijs van doorzetting.

Hoofdstuk 6. Mijn diverse werkzaamheden. Dl.5.

Toen ik daarna aankwam bij het CBG werd ik gelijk geplaatst op de afdeling persoons-
kaarten. Dat was echt een fijne ervaring na die wandeling.
Deze kaarten diende ik alphabetisch/lexicografisch op volgorde te plaatsen in houten
bakken van 1 meter lang,wat later werd gecontroleerd.
Na vele duizenden kaarten te hebben geplaatst,liet men dat helemaal aan mij over in
vol vertrouwen zonder contrôle.
De chef vertelde mij dat hij dit erg waardeerde,want normaal gesproken was dit werk
voor iemand met minstens een Mulo-diploma. Dat had ik toen niet.
Wel had ik in 1967 het Sleutel-diploma "Algemene Ontwikkeling" behaald waarmee ik wel
op de afdeling persoonskaarten werd toegelaten.
Dit behaalde diploma werd blijkbaar met Mulo gelijkgesteld door de ambtenarij in 1975.
Ik ging daarna echter door met leren en behaalde het 1e certificaat van de Franse taal
met daarna een Oorkonde voor Paleografie waarop ik terugkom bij het topic Genealogie.
De Franse taal begon ik te leren in 1975 bij het Institute Francaise de Pays Bas aan de
Nieuwe Uitleg en behaalde in 1976 het 1e diploma of certificaat.
Voor mij persoonlijk was dit ook een soort van geestelijke overwinning.
Dat kwam alleen door mijn interesse voor die taal.
Daartoe kreeg ik immers al de basis op de Waalse school waarover ik al eerder schreef.



Hoofdstuk 6. Mijn diverse werkzaamheden. Dl.4.

Op 18-08-1975 begon ik bij het Centraal Bureau voor Genealogie.

Toen ik er dagelijks heen liep zag ik altijd dit luxe hotel waar destijds alleen zeer hoog
geplaatste personen van hoge adel konden logeren.
Bekend Haags Luxe Hotel 























Klein Restaurant bij begin van de Denneweg.

Even verderop naar de Denneweg liep ik langs dit gezellige kleine restaurantje.         
                                    

Hoofdstuk 6. Mijn diverse werkzaamheden. Dl.3.

Ik kreeg immers de smaak daarvan te pakken en bedacht wat ik nog meer wou leren,wat uitdraaide op het "Middenstandsdiploma".
Ik behaalde dit in 1973 met uiteraard veel vreugde,want voor mij was dit wel een bijzondere prestatie door 2 ziekenhuis-perioden in het Kinderziekenhuis.
Dit Middenstandsdiploma toon ik hier graag als bewijs van
waarheid en realiteit.
Helaas kreeg ik deze afbeelding niet groter zonder dat het onscherp wordt.
Ik hoop dat het op de blog wel veel beter leesbaar is.
In elk geval is te zien dat ik het toch kon behalen.
Mijn vader leefde nog en was blij geemotioneerd dat ik dit diploma alsnog kon behalen.
Hij kon het nog meemaken,want in 1974 overleed hij op de leeftijd van 58 jaar.
Voor mij was dit de 2e poging na de mislukking van de test na het L.O. Deze 2e poging had dus wel succes.
Het maakt dan niet uit dat dit jaren later kon gebeuren.
Terugkomen met een nieuwe poging hielp dus wel.            
Na dit succes werd ik door de personeels-functionaris verwezen naar het Centraal Bureau voor Genealogie.
Het Centraal Bureau voor Genealogie was toen 1 van de Administratieve objecten van de Gemeentelijke Sociale Werkvoorziening in Den Haag.
Ik wist niet dat dit bureau bestond op de Nassaulaan naast de Willemskerk.
De personeels-functionaris vroeg mij hoe het zat met mijn kennis van het Alphabet.
Ik zei hem dat ik voor de Ned.Tl. goede cijfers had.
Dit was in de tijd van mijn Lager Onderwijs zoals dat toen heette.
Vervolgens vroeg hij of ik naar dat bureau wou gaan,wat ik graag deed,want het lag op
loop-afstand van de Muzenstraat waar ik woonde.

                      

zaterdag 23 september 2017

Hoofdstuk 6. Mijn diverse werkzaamheden. Dl.2.

Daarna heb ik ook nog veel multo-sets samengesteld en heb nog een tijdje aan de
lopende band gezeten,maar dat tempo hield ik niet vol.
Ik wisselde dus vaak van werksoort in overleg met de werkmeesters en hun manager
om te weten welk werk voor mij het beste geschikt zou zijn.
Het gewenste werktempo lag zelfs in de Sociale Werkvoorziening voor mij te hoog,
dus ik zocht naar wat anders in overleg met de personeels-consulent.
Vanwege mijn niet-werkende schildklier kon ik het werktempo onmogelijk bijhouden
en leverde alleen maar bevende handen op,dus dat was fataal. 
Het overleg met de personeelsconsulent leverde toen gelijk resultaat op na diverse
cursussen en behaalde diploma`s.
Deze resultaten beschrijf ik apart en vermeld daarbij dat dit uiteindelijk werd goed-
gekeurd.
Met die cursussen begon ik al toen ik werkte in het Westeinde en mijn huiswerk mocht
maken als er even geen werk was,wat soms ook gebeurde.
In dat geval vond de werkleiding het juist nuttig als ik mijn lessen van de cursus kon
maken,want dan zag men dat ik moeite deed om verder te leren.
Later op de Nieuwe Haven kon dat niet meer,maar wel als waarnemend portier op de
Zichtenburglaan. 
Dat bedrijf kreeg toen de naam "Industrieel Toeleveringsbedrijf Zichtenburg".
Daar bleef ik op eigen verzoek tot op 17-08-1975,nadat ik als bode-intern en als
waarnemend portier fungeerde.
Ondertussen had ik in die jaren wel een cursus Algemene Ontwikkeling gevolgd bij
het toen bestaande "Instituut voor Volwassenen-Educatie".
Daarmee friste ik mijn Taal en Rekenkunde weer eens op en deed daar ook examen
in en slaagde ervoor,waarna ik graag verder wilde leren. Hieronder het bewijs.

 
 
 

Hoofdstuk 6. Mijn diverse werkzaamheden.Dl.1.

Ik begon in 1965 aan de Ammunitiehaven op de hoek van het Spui in een oud
gebouw dat dienst deed als Blinden-werkplaats waar ze borstels maakten.
Er was echter ook een afdeling voor de telecommunicatie met houten borden
op draaibare standaards en die borden toonden spijker-patronen.
Langs die patronen werd schelledraad gelegd in diverse kleuren die later bij
elke spijker werd samengebonden tot een bruikbare draadboom.
Dat werd gecontroleerd door een collega,die met mij samen nakeek of alles wel
klopte,waarna het werd afgeleverd bij de werkmeester.
Zo heb ik destijds vele draadbomen geproduceerd zonder problemen.
Het werk-object verhuisde later naar het Westeinde en vandaar uit weer naar de
Nieuwe Haven,waarna er werd verhuisd naar de Zichtenburglaan.
Daar zat ik met een luchtdruk-schroevendraaier diverse technische onderdeeltjes
in elkaar te schroeven,waarna een ander het zat te justeren.
Met justeren kon men de onderdeeltjes de juiste klemkracht geven.
Open dag Sociale Werkplaatsen

vrijdag 22 september 2017

Hoofdstuk 5. "Van het kastje naar de muur en terug".

Na 6 jaren vakschool zonder slagen voor het vak-diploma en probleem bij de
kleding-zaak had ik geen werk,hetgeen onze wijk-predikant vernam.
Deze predikant adviseerde om te praten bij de Sociale Werkvoorziening,
welke was gevestigd in het oude Berlage-gebouw aan het Kerkplein.
Mijn vader en ik gingen er heen en spraken met de Personeels-Functionaris.
Deze vroeg mij om een bewijs van inschrijving te halen bij het arbeidsbureau op de
Troelstrakade,dus ik ging er heen,maar kreeg geen bewijs.
Helaas liet ik mij afleiden door de vraag voor welk werk ik interesse had en ik zei toen
dat ik graag met dieren wou werken.
Ik vergat te vragen om het inschrijvingsbewijs,dus het bureau stuurde mij naar het
dieren-asiel aan de Nieuwe Haven,waar de vacature al was vervuld.
Ik ging dus terug naar de Troelstrakade,waar ik een briefje kreeg voor de Beierstraat,
zodat ik een WW-uitkering kon krijgen.
Ik kreeg daar te horen dat ik niet onder hun regeling viel,maar dat k ergens anders
terecht kon en dat vertelde ik thuis,wat mijn moeder kwaad maakte.
Zij belde naar de ambtenaar wiens dochter ook op de Waalse school les kreeg en
moeder vertelde hem onze ervaring waarop zij gelijk kreeg.
Die ambtenaar belde zijn collega aan de Jan van Nassaustraat,die ons toen thuis
bezocht voor een oriënterend gesprek en zorgde voor een WW-uitkering.
Dat was i.p.v.werk dat hij niet kon bieden,maar in 1965 belde de personeels-
functionaris ons met de vraag waar ik bleef.
Ik vertelde mijn ervaring ,waarna hij mij vroeg om toch weer naar dat arbeidsbureau
te gaan,wat ik ook deed,maar nu in gezelschap van mijn moeder.
Zij sprak daar met een ambtenaar van Bijzondere bemiddeling en hij wou ook nog niet
dat inschrijvingsbewijs afgeven.
Moeders manier van praten hielp echter toch om dat bewijs los te krijgen en ik vernam
later dat die ambtenaar blijkbaar wat anders met mij van plan was.
Ik heb nooit vernomen wat die ambtenaar met mij van plan was.
Daarna kon ik het inschrijvingsbewijs afgeven aan de personeelsfunctionaris,waardoor
ik per 01-11-1965 aan het betaald werk kon. Er waren diverse objecten.

Hoofdstuk 4. Periode op de Kleermakers-vakschool. Dl.3.

Pas na 1975 vernam ik via een notaris dat opa Bernardus Lambertus overleed in 1961
te Lippe Dettmold in Duitsland en daarna kreeg ik op 01-11-1965 eindelijk betaald werk.
Ik had de verdere opleiding in de kleermakerij noodgedwongen al vaarwel gezegd,maar
niet met plezier,want ik hield wel van dit vak.
Ook nu in 2016 en nu in 2017 vind ik het nog steeds een fijn vak,ook al kan ik er helaas
niet meer aan deelnemen om medische redenen.
Het niet slagen om te werken als kleermaker na die mislukte opleiding heb ik ervaren
als een flinke miskleun in de periode juni 1964 t/m october 1965.
In deze periode kreeg ik nog andere vervelende ervaringen te verwerken,waardoor ik
wel begreep dat niet alles kan slagen wat ik onderneem.
Toch accepteer ik niet dat ik alle mislukkingen dien te ervaren,want ik kan mij niet voor-
stellen dat er voor mij niets valt te bereiken om werk te vinden.
Daarom zet ik altijd door,want als het 1 niet lukt,dan lukt het andere wel.
Natuurlijk is dat best wel moeilijk,maar het eind-resultaat van een gèèstelijk gevecht met
mijzelf kon en kan het uiteindelijk toch voldoening schenken.
Hiermee raakte ik best wel tevreden nu ik er even op terug kijk.
Ik heb er tenslotte zelf aan gewerkt en een persoonlijke prestatie geleverd,waarop ik met
plezier en dankbaarheid terug kan kijken.
Natuurlijk besef ik heel goed dat sommigen er toch minachtend op blijven neerkijken en
geen interesse hebben om eerder opbouwend te kritiseren.


Hoofdstuk 4. Periode op de Kleermakers-vakschool. Dl.2.

Helaas heb ik nooit de gewenste diploma`s kunnen behalen om de eerdere genoemde
redenen,maar kreeg toch nog een kans bij een kledingzaak.
Dat was een zaken-relatie van mijn vaders werkgever om een broek te maken op de
vakschool onder toezicht van de docent.
Toen ik ermee klaar was bracht ik het naar die zaken-relatie,waar een coupeur zei,dat
het te lang had geduurd.
Hij merkte ook op dat hij wel beter gemaakte broeken had gezien en belde de school-
directie met wie hij het oneens was en ik kreeg geen werk meer mee.
Er was ook geen reparatiewerk,zoals de schooldirectie dat wilde plannen.
Ik vertelde dat mijn ouders die daar niets aan konden doen,maar mijn vader kreeg later
de vraag van die zaken-relatie waar ik bleef.
Het bleek dat die coupeur had beslist zonder medeweten van zijn werkgever.
Ik zei mijn vader dat ik niet wil werken met een dergelijke coupeur,want dan kan ik er op
rekenen dat die coupeur mij liever weg wil hebben.
Op deze wijze is niet normaal samen te werken ondanks mijn goede wil.
Mijn ouders gaven mij daarin gelijk en mijn vader vertelde het die relatie.
Hierdoor had ik dus nog steeds geen betaald werk,maar kreeg wel F.20,00 voor die
gemaakte broek,waarbij hij loog over het besluit van zijn baas.
Zijn baas bleek er niets van te weten,want hij was er niet toen ik die broek afleverde,
maar nam dat onwetend aan en pas thuis vernam ik zijn leugen.
Het spijt mij,maar met leugenaars kan en wil ik niet samenwerken.
Ik kan er dan op rekenen dat het rommel wordt. Dat vind ik echt zinloos.
Helaas had ik ook geen contact met opa Bernardus Lambertus Doove die kleermaker
was,want van mijn vader vernam ik dat mijn opa zijn gezin had verlaten.
Wel woonden er nog 2 broers en een zuster van opa in Den Haag die ook kleermakers
waren evenals hun vader Franciscus Wilhelmus Doove die al was overleden.
Inmiddels zijn ook die broers en zuster overleden. Dit was een RK-familie.
Ik was dus te laat met de opleiding begonnen om er mee door te gaan in de familiekring,
want volgens mijn oma zou mijn familie Doove mij wel willen opleiden.
Zij deden dat destijds zonder school-opleiding,maar gewoon in de pure praktijk,wat ik dus
miste en nu niet meer nodig heb in mijn huidige pensioen-tijd.




Hoofdstuk 4. Periode op de Kleermakers-vakschool. Dl.1.

Van mijn oma die de moeder was van mijn vader,kreeg ik het idee om kleermaker
te worden,wat ik best prima vond,want ik vernam dat mijn opa Doove kleermaker was.
Dat werd mij destijds verteld,dus ik dacht bij mijzelf,dat vak wil ik wel leren en ik ging
dus naar die vakschool om mij aan te melden als cursist in 1958.
De directeur in die tijd was Dhr.H.Sprong die later werd opgevolgd door Dhr.B.Poelman.
Met beiden kon ik prima opschieten evenals met 2 docenten,die het echter niet konden
helpen,dat ik niet slaagde voor het diploma A.(Broek en Vest)
Helaas kreeg ik het werk niet af binnen de vereiste tijd,wat ik wel heb geprobeerd,
waarbij de naalden onder mijn handen wegroestten.
Dat kwam door de transpiratie van mijn handen door mijn aangeboren schildklier-
afwijking. Info over deze afwijking met gevolgen staan op de site van SON.
Dat is Schildklier Organisatie Nederland. Navraag kan ook bij de Internisten.

Op de vakschool voor de kleermakerij,ontmoette ik een vriend met de adelijke titel Jhr.
met wie ik het prima kon vinden. Hij ging mee naar het zangkoor van de kerk.
Daar maakte hij kennis met de dochter van de voorzitter,waarmee hij later ook is
getrouwd en zij gingen wonen in Vorden.
Daar volgde hij zijn oom op in de kleermakerij,wat ik respecteer.
Ik zal zijn naam niet noemen i.v.m.zijn privacy,want hij was mijn vriend,van wie ik niets
meer heb vernomen. Dat is wel jammer.
Op die vakschool trof ik ook wel andere vrienden en vriendinnen en met 1 van die
vriendinnen nam ik deel aan de kledingshow in 1965.
Dat vond plaats in een zaal van de Dierentuin,waar ik eerst als kind de zwarte beren
zag lopen,maar die dierentuin is weg. De zaal was nog wel bruikbaar:-))))
Mijn deelname aan de kledingshow van de vakschool.



donderdag 21 september 2017

Hoofdstuk 3.Mijn vervolg-onderwijs.Dl.2.

Op zondagen hoorden wij dan koor en gemeentezang met diverse kerkliederen,
wat soms ook door het koor werd gedaan waarvan wij lid waren.
Mijn ouders,broer en ikzelf waren lid van het Christelijk zangkoor Pniël,dat behoorde
bij de Nederlands Hervormde kerk en wij deden dat graag.
Ik vond dat een fijne ervaring om er op terug te kijken,waarbij ik met mijn broer ook
wel meezong in een ander koor met orkest.
Het ging dan om de cantates van J.S.Bach en wij stonden bij de bassen.
Ik was eigenlijk meer een hese bariton en kon daarmee aardig meekomen.
Het zingen met orkest vond ik helemaal een rijke ervaring welke ik niet kan vergeten
met goed letten op de dirigent om in te zetten op zijn gebaar.
Ik  heb daar beslist van genoten,maar ik was toen wel veel jonger dan nu.
Het Pniël-koor bestaat niet meer door het overlijden van de leden in de loop der jaren.
Dat geldt ook voor mijn ouders in 1974 en 1977.
Mijn ouders hielden ook veel van zingen en wij oefenden dat thuis ook wel.
Moeder was een sopraan en mijn vader was een tenor. Mijn broer was echt een bas.
Ook dit oefenen met ieder de eigen stem-partij vond ik een rijke ervaring.
Dat hoefde ik gelukkig niet te missen en kan er met plezier op terug kijken.
Vanuit dat Hospitaal heb ik vele militaire uitvaarten gezien met de militaire drumbands
van 8 drummers voorop.
Dat ging toen echt stapvoets met zwart omfloerste trommels.
Ik zag dat de paarden die de rouwkoetsen trokken ook met zwarte kleden waren bedekt.
Daardoor leken die paarden wel monsters waarvan je bang kon worden als kind.
Die zware kleden hingen immers over de paardenhoofden,wat er best luguber uitzag op
weg naar de RK-begraafplaats St.Barbara.
Voor de oudere RK-hagenaars is dit wel bekend gebied en zij weten ook hoe lang die
uitvaartstoet er stapvoets over deed.
Het verkeer werd destijds nog omgeleid om die stoet uit eerbied de nodige voorrang
te geven,ook al ging die stoet erg traag.
Later startte in die Muzenstraat ook wel een mars van de Mainierskapel naar het toen-
malige Staatsspoor in de Rijnstraat.
Dat was om de toennmalige koning Haakon uit Denemarken of Noorwegen muzikaal
te ontvangen met het volkslied van zijn land.
Daarna marcheerdee de Marinierskapel terug naar de Muzenstraat.
In die straat werden destijds ook de jongens voor hun dienstplicht opgesteld in burger-
kleding om naar de keuring te marcheren.
Sommige onwillige jongens werden door de MP meegenomen.
Ik heb gezien dat die groepen jongens achter een MP in uniform mee-marcheerden,
maar ik was er niet bij,want ik ging met mijn vader.
Die keuring vond toen plaats in de Alexanderkazerne in Den Haag.
Ik werd medisch afgekeurd voor Militaire Dienst vanwege mijn aangeboren schildklier-
afwijking die mij vertraagd laat handelen.
Derhalve kon ik niet in Militaire Dienst na de handtekening van Lt.Kol.Moski.
Ik was toen 19 jaar. Nu in 2016 hoop ik 77 jaar te worden.
Die afkeur vond plaats in 1958.
Ik liet mij zonder poblemen keuren,want ik wist dat er afkeur zou volgen op medische
basis na info bij de huisarts en de Internist.
Na die afkeuring was het tijd om na te gaan hoe ik betaald werk kon vinden zonder
vereiste diploma`s wat niet kon en ik kreeg vele adviezen.