maandag 11 september 2017

Hoofdstuk 37. Werk-periode in de Confectie-Fabriek. Job 37 en mijn scheiding van Ngin-A-Meng.

Ik kreeg er een loon van $ 200,00 per maand plus $ 30,00 vervoerskosten.
Daar deed ik contrôlewerk,dus even iets anders dan huishoudwerk.
De werktijd was van 8.00 - 17.00 uur.
Ik leerde er diverse vrouwen kennen,zoals 2 Islamitische,2 Indische en
2 Vietnamese vrouwen.
De 2 vietnamese vrouwen waren de Supervisors,aan wie we konden
vragen of fouten melden.
Eèn van de Indische vrouwen was mijn collega en zorgde voor de koffie.
Soms zorgde ik ook wel voor de koffie als afwisseling.
Helaas waren er in die fabriek ook weer mensen die achter mijn rug om
leugens vertelden bij de leiding.
Die riepen mij ter verantwoording,waarbij ik mijzelf niet kon verdedigen.
De leiding luisterde alleen naar de meerderheid en ik wist van niets.
Er was niemand die mij hielp.
In die tijd dat ik werkte in die fabriek en in de avonden thuis was,vertelde
mijn dochter Anny dat de baas van de Supermarkt had gebeld.
Het ging over een echtscheidingspapier.
De baas en zijn vrouw hadden dat ontvangen,dus ik kon het ophalen in
mijn vrije tijd.
Ik vroeg die Engelse baas wat er in stond,want ik kon nog niet lezen.
Hij las voor dat ik met $ 200,00 naar de advocaat moest gaan wat ik ook
deed.
Deze advocaat was een Islamvrouw die met mij een afspraak maakte om
naar de High Court te gaan waar de rechter zat.
Men hield zich daar helaas niet aan de afgesproken tijd,maar ik wel.
Ook Ngin-A-Neng was er,maar die kon niet wachten en liep dus weg.
Later zag ik ook mijn advocaaat weglopen. Ik sprak haar echter wel aan.
Ik vroeg haar wanneer het zou gebeuren.
Zij zei mij  dat ik beter eerst kon lunchen.
Om 14.00 uur werd ik eindelijk opgeroepen,waarna de rechter mij vroeg
of ik nog alimentatie wou van Ngin-A-Meng.
Ik zei Nee. Daarna sprak de Indische rechter de scheiding uit.
Hij zei mij dat ik later een verklaring op papier kon verwachten.
Ik ontving het 3 maanden later. 
Dat was het 2e papier en er was nog een derde.
Het derde kreeg ik pas toen ik naar Nederland wou om met Anton Doove
te trouwen.
Ik kom nu weer terug op het werk in de confectie-fabriek met de naam
"Chinatown".
De eigenaresse daarvan was gehandicapt en zij heette Mss.Mak.
Zij was gehuwd met een advocaat en woonde met hem op de Marine Parade.
Daar sliep ik vroeger met een portugese student onder een boom.
Nu waren er alweer flats gebouwd.
De Marine Parade was over een deel van de zee gebouwd.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten