zaterdag 9 september 2017

Hoofdstuk 29. A-Meng geschokt Dl.1.

In die tijd had ik in het huis dat ik met A-Meng bewoonde ook mijn bewijs van 
burgerschap door hem aan de muur laten ophangen.
Daarbij zat de copie van ons huwelijksbewijs. 
Tijdens deze periode werd het meisjes-tehuis in Pasir Panjang van het
Leger des Heils afgebroken en deels hersteld. 
Dat werd door Japanse Sponsors betaald.
Sommige meisjes konden naar huis en de anderen konden er blijven,maar 
niet mijn dochter Anny waartoe ik verblijfplaats vroeg aan mevrouw Stock.
Zij stond toe dat Anny bij mij bleef.
Anny mocht dus bij mij in het huis van mevrouw Stock wonen en ging met 
de bus naar school.
In de weekends sliepen wij bij mijn kantonese collega.
Op 1 middag vroeg ik verlof aan mevrouw Stock die dat goed vond en we 
gingen naar A-Meng die thuis was en gelukkig alleen.
Ik zag hem huilen,wat hij anders nooit deed.
Hij had bier bij zich die hhij kennelijk van zijn zus kreeg.
Ik sprak hem bemoedigend toe.
A-Meng vertelde mij dat de politie in ons huis van alles foto`s had gemaakt.
De politie nam hem ook mee naar een arts,die hem vertelde dat er wellicht 
geen bewijs was. De politie-inspecteur vertelde mij niets hierover.
Ik zei A-Meng dat hij zich nerggens aan moest storen,nadat hij vertelde dat
de buren hem niet meer bekeken.
Er was kennelijk zoveel politie in en om ons huis.
Ik maakte hem blij met gemeenschap en vergat het bewijs van burgerschap 
mee te nemen welke ik graag wilde. Met de taxi ging ik terug naar het werk.
Een maand of 2 later ging ik met Anny terug naar ons huis,maar Anny wilde
niet naar binnen.
Ik trof A-Meng aan met zijn zuster,die erg boos was op mij.
A-Meng gaf mij wel het bewijs van burgerschap maar niet de copie van ons
huwelijk.
Met Anny ging ik terug naar mijn werk en kreeg de volgende ochtend een
telefoontje van A-Meng over ons huis dat was afgebrand met de hele straat.
Ook het huis van de verhuurder was afgebrand.
Voor een nieuwe woning wilde A-Meng $ 200,00,hetgeen ik haalde bij de PTT
en ging ermee naar de Sociale Dienst. Daar sprak ik met mevrouw Ong.
Zij vertelde dat het genoemde huis nog niet was gebouwd wat A-Meng 
had gezien.
Mevrouw Ong loog dus,want A-Meng had het adres genoemd.
Ik geloofde echter mevrouw Ong eerrder dan A-Meng,want ik ging ervan uit
dat de Sociale Dienst niet loog.
Ik was boos op A-Meng die ik geen geld gaf.
Te laat kwam ik er achter dat mevrouw Ong wel had gelogen en A-Meng gelijk had.



 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten